KUNSTWERK 44

 

Anker met Vlag

Met gedicht van Beatrijs Schweitzer

2009

 

Het Anker

Het anker komt van het SS “Leerdam”.

Het SS Leerdam is gebouwd in 1882 en op verzoek van de directie van de HAL wordt de gemeente gevraagd om toestemming te geven voor de naamgeving van het schip, “Leerdam”. Bij het dopen van het StoomSchip wordt door burgemeester Jeekel  een door dames geborduurde vlag met het wapen van de stad aangeboden. Het schip wordt in 1889, op weg naar Buenos Aires aangevaren en vergaat voor de kust van Goeree.

In 2009 wordt door de bemanning van een kotter uit Stellendam uit het wrak een scheepsanker, een bolder en een bronzen pomphuis opgehaald. De bolder en het pomphuis zijn, met een schilderij van het schip, liggen momenteel in opslag daar het gemeentehuis van Vijfheerenlanden momenteel grondig verbouwd wordt.

Het anker echter is geplaatst op een voormalige sokkel  van een hijskraan aan de Lingedijk ter hoogte van de Glasfabriek. Door Beatrijs Schweitzer is aan het anker een vlag in ijzer toegevoegd. Op de vlag staat een verhaal van Schweitzer:

Zo was het niet in 1882

Verborgen onder water krabde dit anker zich vast in de modderige haven van New York om een veilig houvast te bieden aan het luxe stoomschip “Leerdam”.

Terwijl  de gelukzoekers voet aan de grond zetten, keek men vanaf de kade met bewondering omhoog

Daar, hoog boven het water in de lucht, wapperde fier de vlag van Leerdam. Voor het eerst gehesen in de haven van Rotterdam door de “bekoorlijke” dames die het fraaie handwerk hadden vervaardigd. De schenking door de stad werd vergezeld door een gedicht.

Amper 4 jaar later, precies toen “The State of Liberty” zich in de Hudson verhief, zonk de “Leerdam” in de Noordzee.

Het dundoek voor eeuwig bedolven onder de golven

Nu meer dan 100 jaar later, ligt hoog boven het water van de Linge het anker.

De geschiedenis laat zich lezen in roest en lucht.

 

Beatrijs Schweitzer

Schweitzer ( Utrecht, 1960), volgde de kunstacademie HKU en studeerde daarna kunstgeschiedenis.

Beatrijs “Al mijn werk ontstaat vanuit fascinatie voor het menselijke vermogen om te creëren. Kleine uitvindingen van (vermeend) praktisch of mentaal nut, oude werktuigjes of instrumenten, die we soms alleen nog maar vaag herkennen.  Maar evengoed geldt dat voor het vermogen van

mensen om zichzelf te ontwikkelen.  Dat is nooit een autonoom proces, maar gaat altijd in een wisselwerking, een dialoog met de natuur of een ander mens.  Noemde ik vroeger graag de handboog als inspiratiebron - zo mooi eenvoudig samengesteld door twee materialen ‘met vernuft’ te combineren tot een doeltreffend beeld - de laatste jaren is daar het concept over ‘mensen van steen’ bijgekomen; dat gaat meer over ontwikkeling.  Het werken met ‘mensen van glas’ maakt daar ook deel van uit.  Voor mij staat dat voor een bewustere fase, iets minder archaïsch en meer reflectief. Maar beiden komen voor mij uit dezelfde bron, en soms komen de stromen samen.

Het plezier in materiaalgebruik blijft ook onverwoestbaar; af en toe moet er gewoon een wagentje gemaakt worden. Al is het maar een wagentje om de onzekerheid te spiegelen, of vraagtekens te verplaatsen. Het concept is daarbij doorgaans leidend vóór materiaal- en vormkeuze”.